









|
|
Activiteiten
| Jaarlijks uitstapje |
19 april 2012 |
| |
Om 9.00 uur vertrokken we met negenendertig dames voor een tocht naar het Gevangenismuseum in Veenhuizen.
In de bus werden we welkom geheten door Liesbeth met een leuk gedicht, geënt op alle benamingen voor de gevangenis,
zoals nor, lik, ’t gevang, cachot, bak, petoet (zie hieronder).
Na een stop voor koffie met gebak en later een koffietafel reden we met goed weer en via een mooie route naar Veenhuizen,
waar we in het begin van de middag aankwamen bij het Gevangeniscomplex.
In 1823 bouwde de Maatschappij van Weldadigheid er drie dwanggestichten voor bedelaars, landlopers en wezen.
Zo’n vijftig jaar later werd het officieel een strafkolonie.
We kregen middels een rondleiding door het museum van een gids te horen en te zien, welke straffen door de eeuwen heen in zwang waren
en hoe een strafinrichting er vroeger uitzag. Sommige martelwerktuigen en nagebouwde ruimtes, waaronder een cachot, slaapkooi en cel konden we bekijken.
Aansluitend maakten we een rondrit per bus over het gehele complex. Om de dwanggestichten heen werden voor het personeel, zeven typen dienstwoningen gebouwd,
waarin de ambtelijke hiërarchie zichtbaar was.
De woningen waren voorzien van stichtelijke gevelteksten als 'Werk en Bid', 'Rust Roest', 'Weldadigheid'. Ook hadden de gestichten een eigen school,
kerken, hospitaal en apotheek.
Op het terrein staan tevens de nog in gebruik zijnde gevangenissen Norgerhaven en Esserheem.
Nadat we het diner hadden gebruikt in Heerde waren we om 20.30 uur terug in Ugchelen.
Voor foto's van deze geslaagde dag klikt u hier.
|
Gedicht
Boeven gaan al eeuwenlang
als straf voor zonden naar ’t gevang.
Elke schurk komt zeer gewis
eens in de gevangenis.
Rovers met een dikke snor
gaan bij voorkeur naar de nor.
En die met een grijze sik
zie je vaker in de lik.
Met dieven wordt er niet gespot;
die verdwijnen in ’t cachot.
Maar de allergrootste zak
vind je toch wel in de bak.
En schiet je per ongeluk je schoonmoeder dood,
dan zetten ze je meestal op water en brood.
Ook door knoeien en gezwendel
verdwijn je achter slot en grendel.
En kleeft er aan je handen bloed,
dan wordt je woonplek de petoet.
Toch loopt nog steeds het grootste gajes
vrolijk rond buiten de bajes.
© Piet en Liesbeth
Uit: Het Groot Gevangenisboek 1893
|
|
|